Concertprogramma “Viva España”

Ouverture “Los esclavos felices”, J. Arriaga

Juan Crisostomo Arriaga Juan Arriaga (voluit Juan Crisóstomo Jacobo Antonio de Arriaga y Balzola) was een Spaanse componist uit de 19e eeuw. Arriaga was een wonderkind en bijzonder getalenteerd componist, net zoals Mozart. Vanwege deze gelijkenissen en zijn vroege overlijden (hij werd niet ouder dan 19 jaar) werd hij na zijn dood ook wel de “Spaanse Mozart” genoemd.

Gezien zijn korte leven zijn er maar een klein aantal werken overgebleven. Arragia componeerde onder andere een symfonie in D, die evenredig gebruik maakt van de toonsoorten D majeur en D mineur. Daarnaast heeft Arriaga een aantal strijkkwartetten gecomponeerd en religieuze muziek, zoals een Stabat Mater en diverse cantates.

Arriaga schreef ook twee opera's, Los esclavos felices (“De gelukkige slaven”) en Nada y Mucho. Van die eerste opera, die hij op zijn dertiende schreef, is alleen de ouverture overgebleven die wij hier vanavond ten gehore brengen.

Hoewel de muziek van Arriaga bijzonder elegant is, is er eigenlijk niks typisch Spaans aan te ontdekken. Arriaga's muziek is eerder Europese muziek in de vormende periode van de late klassieke muziek naar de vroege romantiek.

Fantasía para un gentilhombre, J. Rodrigo

Joaquín Rodrigo Joaquín Rodrigo werd in 1901 geboren in Sagunto, Valencia. Op driejarige leeftijd liep hij difterie op, waardoor hij praktisch blind werd. Toen hij acht werd, begon Rodrigo solfège, piano en viool te studeren. Acht jaar later kwamen daar nog harmonieleer en compositie bij. Vervolgens studeerde hij muziek in Valencia onder Francisco Antich en Parijs bij Paul Dukas. Na een korte terugkeer naar het geboorteland, volgde hij een studie musicologie bij Maurice Emmanuel en later André Pirro.

Zijn meest bekende werk is ongetwijfeld het Concierto de Aranjuez. Het succes van dit werk zorgde ervoor dat Rodrigo vele opdrachten ontving, onder andere van fluitist James Galway en cellist Julian Lloyd Webber. In 1954 componeerde hij Fantasía para un gentilhombre (fantasie voor een gentleman) op aanvraag van Andrés Segovia, de gentleman in kwestie.

Het werk bestaat uit vier delen die zijn gebaseerd op zes korte dansen voor solo gitaar van de 17e eeuwse Spaanse componist Gaspar Sanz. Rodrigo heeft de thema's van Sanz's dansen verwerkt tot een werk van meer dan 20 minuten.

Het eerste deel opent met het melodische Villano die een wisselwerking tussen gitarist en orkest laten zien, waar het thema van Sanz meermaals wordt herhaald, met diverse variaties. Het deel laat ook voorzichtig de thema's van andere delen doorschemeren. De Ricercare is gebaseerd op een frase van twee maten die worden herhaald als basis van een complexe fuga.

Met de Españoleta van het tweede deel keren we terug naar een meer lyrisch thema met een volle, rijke begeleiding van de strijkers. Het middendeel, de fanfare, komt binnen met snelle, dissonante trommelslagen, met begeleiding van gitaar en fanfares voor zowel trompet als dwarsfluit. Het deel wordt daarna besloten met de Españoleta van het begin.

Het derde deel, Danza de las Hachas (Dans van de fakkels), heeft een zeer opzwepend ritme. Dit korte deel is in feite een soort van tussenspel tussen het weemoedige van het voorgaande delen en het opgewekte laatste deel.

Ten slotte introduceert Canario de volksmuziek van de Canarische Eilanden. Tegen het einde van het deel brengt Rodrigo nog een duidelijk eerbetoon aan de oorsprong van de muziek door een ‘gevleugelde’ bewoner van deze eilanden te imiteren. Luistert U maar eens goed!

Serenata española op. 181, I. Albéniz

Isaac Albéniz Isaac Albéniz werd geboren in de Spaanse provincie Gerona (Catalonië) op 29 mei 1860. Net zoals Mozart en Arriaga, was ook Isaac een wonderkind; al op 4-jarige leeftijd gaf hij zijn eerste concert als pianist in Madrid. Zijn loopbaan nam een grote vlucht en werd hij vertegenwoordiger van de Spaanse muziek en in het bijzonder van de Spaanse pianoschool. De stijl van zijn composities kenmerkt zich door een mengeling van Spaanse volksmuziek en romantiek. Albéniz stierf op 49 jarige leeftijd, maar schreef in zijn vrij korte leven honderden composities, onder meer voor orkest, koor en veel werken voor piano. Zijn vierdelige suite Ibéria behoort tot de hoogtepunten uit de piano literatuur.

De Serenata española die wij vanavond spelen werd in 1886 oorspronkelijk geschreven voor solo piano. Het stuk heeft de vorm van een saeta, een liedvorm uit de flamencomuziek van Andalusië. Na Albéniz's dood werd het werk toegevoegd aan de Suite Española onder de titel Cádiz.

El sombrero de tres picos, M. de Falla

Manuel de Falla Manuel De Falla werd geboren in Cádiz. Op jonge leeftijd kreeg hij al muziekles van zijn moeder, pas op 9-jarige leeftijd werd hij voorgesteld aan zijn eerste pianoleraar. In de late jaren 90 van de 19e eeuw ging hij muziek studeren in Madrid. Na het winnen van een pianowedstrijd ging hij de naam ‘de Falla’ voeren, zoals we hem nu nog gebruiken. In die periode ging hij zich ook interesseren voor inheemse muziek, en in het bijzonder voor de Andalusische flamenco (cante jondo). Onder zijn vroege werken mogen we een aantal zarzuelas rekenen en een korte opera (La vida breve).

De jaren van 1907 tot 1914 bracht de Falla door in Parijs, waar hij een aantal componisten ontmoette die zijn stijl hebben beïnvloed, zoals impressionisten Maurice Ravel, Claude Debussy en Paul Dukas. Na zijn terugkeer naar Madrid in het begin van de eerste wereldoorlog, schreef hij zijn meeste bekende werk, waaronder de balletten El amor brujo (De liefde als tovenaar) en El corregidor y la molinera (De magistraat en de molenaarsvrouw). Dit laatste ballet werd na revisie El sombrero de tres picos (De driekantige steek).

De productie van het ballet was in handen van Serge Diaghilev, de decorstukken en aankleding van Pablo Picasso. Het ballet verhaalt over een oude, dikke magistraat (wiens officiële hoofddeksel bestond uit een driehoekige steek) die probeert de vrouw van een jonge molenaar te verleiden. Uit dit ballet werden een aantal orkestsuites ontleend. De suite die wij spelen kent vier delen: Introducción, La tarde (de middag), Danza de los vecinos (de dans van de buren) en Danza del molinero (dans van de molenaar).

Concierto d'Aranjuez: Adagio, J. Rodrigo

Het Concierto d'Aranjuez werd in 1939 gecomponeerd in Parijs, te midden van de spanningen van de dreigende oorlog. Het was zijn eerste werk dat voor gitaar en orkest werd geschreven. De instrumentatie is ongebruikelijk, omdat er van een compleet orkest gebruik wordt gemaakt. De gitaar wordt echter nergens in het werk overstemd door het orkest. Het concert kent drie delen, waarvan we het tweede deel, het Adagio ten gehore brengen.

Het Adagio, het meest bekende deel, wordt gekenmerkt door het langzame tempo en zachte melodie, die wordt geïntroduceerd door de engelse hoorn, met zachte begeleiding van gitaar en strijkers. De gitaar neemt vervolgens deze melodie over, met toevoeging van versieringen. Uiteindelijk wordt er via twee cadansen naar een gepassioneerde climax toegewerkt. Daarna volgt er een berusting die zich via een arpeggio van de gitaar manifesteert.

De melodie van het stuk wordt vaak gebruikt in films, series en commercials en wordt door veel mensen herkend. Tevens maakte jazzlegende Miles Davis een bewerking van dit werk voor zijn album Sketches of Spain.

Carmen: Selectie uit de 2e suite, G. Bizet

Georges Bizet De opera Carmen (1875) van de componist Bizet wordt tegenwoordig beschouwd als een van de grootse opera's allertijden, maar daar dachten de Fransen toen het in première ging in Parijs wel anders over. De opera werd na uitvoering in 1875 hevig bekritiseerd door het conservatieve Franse publiek. De passie die het stuk naar voren bracht was ronduit brutaal en de gevreesde Duitse invloeden deden het Franse volk walgen. Alleen de mars van de toreador leek het publiek wat aan te spreken. Het zwierige en opgewekte deel kwam nog iets in de richting van de Franse Klassieke Stijl.

Als muzikaal wonderkind uit een muzikale familie studeerde hij vanaf zijn negende jaar aan het Conservatoire national supérieur de musique van Parijs waar hij vele competities won. Hij was leerling van onder andere Antoine François Marmontel (piano), François Benoist (orgel), Pierre Joseph Guillaume Zimmermann en Charles Gounod (contrapunt) en Jacques François Fromental Halévy (compositie). In 1857, Bizet was toen negentien, won hij de prestigieuze Prix de Rome voor de eenakter Le Docteur Miracle. Deze aanmoedigingsprijs stelde hem in staat enige jaren in Italië te studeren.

Zijn opera Carmen is een bewerking van een novelle met dezelfde titel van Prosper Mérimée over een dramatische liefdesgeschiedenis van een Spaanse zigeunerin. Carmen was niet onmiddellijk succesvol. Het publiek was aanvankelijk geschokt door het warmbloedige hoofdpersonage en de tragische afloop van het verhaal. Niettemin werd de opera door tijdgenoten als Wagner, Brahms en Tsjaikovski geroemd. Carmen zou uitgroeien tot een van de bekendste en meest populaire opera’s ter wereld.

Uit deze opera zijn een tweetal orkestsuites ontstaan, waarvan wij de tweede suite uitvoeren.