Concertreis Echternach (1998)

Op 5 november 1997 gaat de reservering de deur uit naar "Hotel du Commerce" te Echternach. Daar zullen we twee nachten verblijven om weer op krachten te kunnen komen na allerlei muzikale en andere avonturen die ons hier te wachten staan. Na enkele dagen al krijgen we de bevestiging dat de benodigde bedden tegen die tijd beschikbaar zijn. Allemaal in één hotel dus. Geweldig!

We kunnen op pad. De reiscommissie bestaande uit Mariet, Ine en Guus zijn al eerder de kat uit de boom gaan kijken. Er moet een heleboel geregeld worden: waar en wanneer kunnen we spelen, zijn er gezellige kroegen, enz. enz. Zelfs Lerang is nieuwsgierig en gaat al eens mee om video-opnames te maken. Zo krijgen we vooraf al te zien waar we komen te slapen, hoe het centrum er uit ziet en waar we uit ons dak kunnen gaan. Alle kroegen liggen vlak bij elkaar en daar .... en daar ...... komen de raambiljetten te hangen. De plaatselijke VVV ziet het wel zitten en zegt alle medewerking toe.

Zaterdag 18 april rijden we na 9 uur weg bij de Haandert. Het wordt een lange reis. We rijden via de Ardennerautoweg door België en vervolgens ook nog - de mopperaars ten spijt - door de stad Luxemburg. Tja, als je ongeduldig wordt, duurt de reis natuurlijk langer. Maar na zo'n vier uur rijden komen we dan toch in Echternach aan.

Het hotel blijkt een echt oud gebouw te zijn met veel smalle gangen, kleine vertrekjes en nauwe doorgangen. Aan brand moet je maar niet denken. Gelukkig is er een lift om het gesjouw met tassen en koffers te verlichten. Een paar dorstigen hebben natuurlijk al een pilsje te pakken in afwachting van de beloofde soep met brood. En ja hoor, daar komt de soep. Hij is wel wat dun, maar er is brood bij. Voor echte hongerige magen is het wel wat weinig, maar we zitten dan ook niet in Duitsland. Dat ligt een paar honderd meter verderop.

Na de maaltijd is er repetitie. Met zijn allen lopen we naar de plek waar het concert zal plaats vinden. Het is een eeuwenoude Pfarrkirche toegewijd aan Peter und Paul - voor de leken onder ons: de Hh. Petrus en Paulus - en gelegen op een steile heuvel.

Het is steenkoud binnen de forse gewelven. Klank is er te over. Rien kan er maar het beste goed tegen aan gaan en dat doet hij dan ook. Accenten worden gelegd, aandacht besteed aan accellerando's en andere dynamische tekens en dan beginnen de werken opeens in die overakoestiek toch nog mooi te klinken. Of iedereen daar oor voor heeft, is niet te peilen. Wel wordt er gegist omtrent het aantal bezoekers dat zal komen. Niemand heeft hier onderweg naar de kerk affiches zien hangen. In Bollendorf hangen er wel. Maar dat is nu ver weg....... Daarover worden nu allerlei lachwekkende opmerkingen geplaatst, maar toch komen er op die manier wel enige deprimerende wolkjes te hangen.

We gaan eten. Gezellig en lekker. De lucht klaart op en vervolgens gaan we ons omkleden en al wat dies meer zij om te gaan concerteren. Er staat heel wat op het programma:

Wederom lopen we de steile trappen op richting kerk om vervolgens plaats te nemen voor een korte stemrepetitie. Af en toe gaat ondertussen de deur open en richten we de ogen op wie er binnen treden. Het zijn meest de eigen mensen, de werkers. Maar dan komt er een vreemd gezicht naar binnen ... en nog een. Dan een echtpaar en ja, zelfs de directeur van de VVV. Uiteindelijk om half negen zit er een handje vol gasten - hier en daar hoor ik het woord autochtonen fluisteren - en 5 eigen mensen. Er worden nu allerlei wrange grapjes gemaakt. Het 1e artikel ban het TSO: "We spelen op de eerste plaats voor ons eigen plezier", gaat hier wel wat te letterlijk op. Ondanks allerlei grollige opmerkingen wordt de toestand toch niet als prettig ervaren. Tijdens het concert komen nog enkele toehoorders onder kleine applausjes binnen, maar tot verbazing vertrekken er ook weer twee. Je begrijpt natuurlijk dat met zo'n sfeer het concert niet op z'n best verloopt. Wiel Hermans zet solistisch zijn beste beentje voor. Er wordt echter in het verdere verloop veelal forte gespeeld en Riens wijze lessen van de middagrepetitie omtrent de dynamische tekens worden helemaal vergeten. Zo eindigt het concert uiteindelijk met een lichte kater. Na afloop wordt er afgesproken om naar een kroeg met de naam "der Dokter" te gaan. Daar staat zowaar een piano en de aldaar anwezige klanten worden vergast op vastelaovendsjlagers. Natuurlijk wordt er nog wat nagekletst over het concert en de toehoorders. Na een volgend bezoek aan "Brassine" waar het tot in de kleine uurtjes gezellig is, vinden we uiteindelijk toch allen het bed aan de overkant, in "Hotel du Commerce".

Zondag 19 april: De dag begint zonnig. Ieder gaat zo zijns of haars weegs: wandelen langs de Süre, in een park of in de stad naar een terras. Tegen de middag wordt het frisser en wordt de ledengroep op een terras tegenover ons hotel steeds groter. We verzamelen ons voor een stadswandeling en een rondgang door het prachtige abdijmuseum. De gids is een goed willende dame, die ons met een schelle stem én in het Nederlands rondleidt. Wie zijn oren en ogen goed benut, kan veel cultureels opsteken. Rien Kolkman is zo iemand en vraagt ergens op een stadswal aan de gids: "Is Echternach Duits geweest?" Zeer verbolgen draait de dame zich om en vraagt bits: "Is Amsterdam Duits geweest?" Toen wist Rien het dus: Nee!! De Luxemburgers hebben blijkbaar dezelfde ideeën over Duitsers als de Nederlanders.

Na de rondgang gaat ieder weer op eigen initiatief wat doen of niks doen. Enkelen komen bij de Dom en zien daar een ouderwets communiegebeuren zoals zich dat bij ons in de 50-ger jaren afspeelde.

Om zeven uur vindt het diner al weer plaats. Het is lekker en zeer gezellig. Tot verrassing van velen begint Maarten te violieren en wordt hij weldra bijgestaan door Ed en Alex. En al gauw zweven dan - tussen de gangen door - Russische en Spaanse klanken door de ruimte en wordt er driftig mee gezongen. Natuurlijk loopt het diner op die manier uit, maar gezelligheid is troef. Uiteindelijk heeft het allemaal lang genoeg geduurd en begeven zich verschillende groepen op pad naar de diverse kroegen en/of flappentappers. En wederom wordt er hier en daar gepraat over het bezoekersaantal. Het zit toch nog erg hoog bij enkele leden. Na een plezierige en voor sommigen een lange avond of nacht vliegt de tijd toch verder naar de derde en laatste dag.

Maandag, 20 april. Je wordt wakker, je voelt de nadorst, je wrijft de soep uit je ogen, je staat toch maar op, je schuift het gordijn opzij, je kijkt naar buiten en wat zie je? Shit!! Miezerige regen. Op het eerste gezicht niet aantrekkelijk om een lange wandeling langs de Süre te maken naar de stamkroeg van Guus en Lerang in Bollendorf an der Sauer.

Om elf uur echter als er gestart wordt, jawel hoor: het is droog en windstil. Heerlijk om een wandeling van zo'n 5 km te maken aan de oever van de Süre. Natuurlijk wordt er al wandelende heel wat geconverseerd en de smaak van de "Bitjes" van de vorige avond beoordeeld. In Bollendorf ligt langs de Sauer een kroeg waar we enige uurtjes vertoeven. Na een gezellig verblijf moeten we toch weer terug. Het regent echter weer. Een aantal leden besluit met de bus terug te rijden en anderen gaan wederom te voet. Na aankomst wordt de bagage weer gepakt in afwachting van het vertrek met de bus. Iemand is nog elders op pad geweest en meldt: "Wao ich waar, waar 't kermis!"

Omstreeks half zes is het dan instappen geblazen en dan blijkt het podium nog in de bus te staan. "Jao," zegt Henk de chauffeur, "ik heb 't ganse weekend op 't podium liere dirigeren." In een dankwoord deelt Frans met een kwinkslag mee dat hij op deze reis naar het liederlijke Echternach nog nooit zo weinig cultuur heeft meegemaakt. Verder hebben we 500 gulden overgehouden van de plaatselijke VVV. De reis verloopt verder voorspoedig - hoewel via dezelfde omweg, ja, ja! - naar Tegelen. Om de tijd te breken houden Guus en Marij nog een gezellig intervieuw, waarin de gids uit "Esjternach" geïmiteerd wordt.

Geleidelijk aan echter wordt het stiller in de bus. De korte nachten eisen hun tol. En zo komen we dan uiteindelijk gezond en wel én vermoeid thuis.

De volgende reis vindt plaats op :.............................

Harry van Helden, 8 maart 1999